Zelf "stereograferen"
Sommigen willen na het zien van stereobeelden zelf dergelijke beelden maken,
dit is eigenlijk helemaal niet zo moeilijk. Als je de volgende richtlijnen en tips in het achterhoofd houdt, dan zul wellicht succesvol slagen in het maken van stereo-opnames.
Stereotoestel?
Het is niet nodig dat je over een écht stereotoestel beschikt
om stereo-opnames te maken. Een écht stereotoestel maakt het de zaken
wel een stuk eenvoudiger maar deze heeft ook z'n nadelen...
- 1 of 2 gewone fototoestellen
- een stereotoestel
- Stereobasis, hypo- en hyperstereo
Stereo opnames met 1 of 2 fototoestellen
Bij stereo-opnames met één fototoestel is het grootste nadeel dat men geen bewegende beelden kan fotograferen. Men moet er dus op letten dat in niets in het beeld beweegt, vb auto’s op de achtergrond, bomen die staan wapperen met de wind, etc. Fotograferen uit de hand kan men proberen maar zal wellicht niet vaak succesvol zijn.
Men gaat als volgt te werk:
Plaats de camera op het statief en maak het kader zoals je het onderwerp wenst te fotograferen. Maak de opname. Vervolgens verplaats je de camera 6,5 cm naar rechts en maak je de tweede opname. Voila, je hebt een stereo-opname!
Bij stereopnamen met twee (liefst identieke) toestellen gaat men beide toestellen op een lat of een profiel bevestigen zodat deze met een vaste stereobasis werken. Zorg ervoor dat beide toestellen dezelfde lens hebben. Door beide ontspanknoppen op een of andere wijze aan elkaar te koppelen kunnen we reeds begende beelden capteren. (afhankelijk hoe synchroon beide werken) De constructie is meestal nogal omslachtig log en leent er zich dus niet goed toe om dynamische foto’s te maken, hiervoor is een echt stereotoestel nog steeds de beste oplossing.
Een dubbele kleinbeeld opstelling met elektronische koppeling bied al heel wat mogelijkheden. In deze opstelling is de stereobasis echter 16cm,
maar in combinatie met groothoeklenzen is dit prima bruikbaar.

Dit was mijn eerste ’stereotoestel’ met 2 toestellen, stereografisch gezien
beter dan met 1 toestel werken maar verrekte onhandig, ik moest altijd een
statief meezeulen. De twee draadontspanners waren met tape aan elkaar geplakt.
Als men naar de eerste resultaten kijkt is men soms minder enthousiast... met nog
enkele punten houdt men best rekening:
- Objectief:
Als objectief gebruik je best een standaard objectief (50mm voor kleinbeeld).
Een lichte groothoek (vb 35mm) geeft ook goede resultaten.
- Scherptediepte:
Je doet er goed aan om zoveel mogelijk van je opname scherp te maken,
bij een manueel fototoestel kan men het diafragma zoveel mogelijk sluiten (=zo groot mogelijk
diafragma getal vb 22), waardoor de scherptediepte toeneemt en stel je afstand in op
hyperfocale afstand, dit is de afstandsinstelling waarbij men het grootste
scherptedieptebereik heeft en waarbij men alles scherp heeft vanaf 1/2 hyperfocale afstand
tot oneindig. Bij goedkope toestellen waar men niets kan instellen
wordt er vaak gebruik gemaakt van een "Fix-focus" lens (ingesteld op "hyperfocaal"), dit wil zeggen dat men
steeds vanaf een bepaalde afstand (vb 1m) tot oneindig scherpe beelden gaat maken.
De kwaliteit van beelden zal bij instelbare objectieven wel een stuk hoger liggen
dan bij die vaste lensjes (die overgens vaak nog uit plastiek gemaakt zijn).
- Diepte in het beeld:
Stereografie is ideaal om diepte te waarnemen in foto’s, zorg er dan ook voor dat er diepte in je beeld is. Door verschillende onderwerpen in de diepte op te stellen krijgt men het beste effect, zorg ervoor dat er duidelijk een voorgrond en achtergrond aanwezig is.
- Belichting:
Als je het fototoestel (of 2) manueel kunt instellen , dan kun je ervoor zorgen dat beide opnames met eenzelfde sluitertijd en diafragma genomen worden zodat beide opnames gelijk belicht zijn. Vooral bij dia’s kan het soms eens storen dat de ene dia een stuk
lichter is dan de andere in een stereopaar. Vermijd ook het gebruik van flits. Als je opnames
maakt met flits zorg dan dat deze op een vast punt staat (De flits op het fototoestel dus zeker niet gebruiken) en dat dezelfde flits op dezelfde plaats bij zowel het linker als rechter beeld gebruikt wordt.
Stereo opnames met een stereotoestel
Een "echt" stereotoestel is nog steeds de gemakkelijkste manier om
stereo-opnamen te maken. Omwille van hun constructie moet men vaak geen
rekening houden met scherptediepte (vast diafragma getal)
vaak moet men zelfs niet scherpstellen (fixed focus lenzen).
De syncronisatie tussen beide beelden is in orde.
Bovendien betreft het vaak een relatief compact toestel
(ten opzichte van een constructie met 2 fototoestellen)
waarmee men vlot uit de hand kan fotograferen en
waarmee men dus dynamische foto's kan maken.

De Stereo Realist is nog relatief veel te vinden op de tweedehandsmarkt,
deze werden geproduceert tot in de jaren '50.

De RBT 108, een reflex stereotoestel.

M'n eerste 'stereotoestel' waarmee ik uit de hand kon fotograferen.
Door de elektronische koppeling van de twee toestellen fotograferen
deze redelijk synchroon. Het zijn twee van die lichte compact toestelletjes
dus het geheel weegt ook al niet zoveel.
Stereobasis, hyper- en hypostereo
Door een kleine stereoafstand te nemen (kleiner dan 6cm)
kan men 3D opnamen maken van dichtbij om zelfs zeer kleine
voorwerpen ruimtelijk vastleggen. Dit noemt men HYPOSTEREO.
Hiermee kan men kleine voorwerpen de indruk geven dat ze veel groter zijn.
Door een grote afstand te nemen, gaande van een 8 tal cm tot
enkele meters kan men zeer grote verre opnamen (vb bergen of dorp of wolken in de verte)
ruimtelijk opnemen, Als we deze opnamen bekijken krijgen we de indruk dat we naar een
maquette kijken, er treedt een vorm van verkleiningseffect op.
Het nemen van een grote stereobasis noemt men HYPERSTEREO.
Werkt men met 1 gewoon fototoestel dan kan men gemakkelijk een
stereobasis toepassen van enkele meters tot enkele millimeter.
Met twee identieke fototoestellen wordt het vaak al moeilijk om
hypostereo toe te passen, de toestellen zijn vaak al te groot om
om ze dicht genoeg bij elkaar te plaatsen om een gewone stereoafstand te
bekomen. Hyperstereo daarintegen is ook hier geen enkel probleem.
Bij Stereofototoestellen heeft men doorgaans geen veranderlijke
stereoafstand. Op dit vlak zit men vast aan het toestel. De meeste
toestellen hebben een constructie voor een normale stereoafstand
(tussen 6 en 8 cm) Er bestaan ook een aantal Macro stereotoestellen
(= hypostereo), een stereotoestel met een vaste stereobasis voor
Hyperstereografie is nagenoeg onbestaande.