Men gaat de straat op zonder enig specifiek doel voor ogen en fotografeert al wat in het oog springt of de moeite waard lijkt om te fotograferen, zo zou men straatfotografie kunnen omschrijven. Taferelen zonder personen op zijn bij voorbaat dus niet uitgesloten, maar toch zal dit allicht eerder uitzondering dan regel zijn. Alhoewel een vervallen gebouw, een bepaalde omgeving een zekere sfeer in zich kan meedragen, vervallen deze foto’s al gauw in een levensloze en zielloze foto.
Alhoewel een industriële site zoals de suikerfabriek van veurne enige vorm van mechanisch leven lijkt te bevatten, leidt het ontbreken van personen al vlug tot een zielloze foto.
Het openbare leven, mensen blijven steeds weer boeien. Met straatfotografie heb je de mogelijkheid volstrekt vreemden vast te leggen op de gevoelige plaat. De situatie vlug inschatten of een beetje voorspellen is hierbij vaak vrij belangrijk, om zo tot het ’moment décisif’ te komen, zoals Henry Cartier Bresson het noemt.
Dit tafereel in jardin des tuileries blijft me nog steeds boeien. (figura)
Bij straatfotografie kan men ook de keuze maken tussen meer een globaal beeld te geven of om personages verder te benaderen. Door de focus heel sterk op een personage te leggen komt men in feite tot een straatportret.
Dit sterk personage op de Vrijdagmarkt (plein bij Plantin-Moretus) deed me deze foto nemen, waarop de man me net aankijkt, wat de foto des te indringender maakt.
Absolute meesters in de straatfotografie zijn ongetwijfeld Brassaï en Henry Cartier Bresson. Van eigen bodem kunnen we zeggen dat Belgische Magnumfotograaf Carl Dekeyzer subliem werk levert eveneens persfotograaf Tim Dirven (De Morgen), en zeker niet te vergeten Stephan Vanfleteren. Sociale straatportretten vinden we vaak terug in de portfolio's van persfotografen en reportage fotografen die op zoek gaan naar de sfeer van een evenement, streek of volk, bij deze vermeld ik graag nog enkele freelancers van de morgen, Jonas Lampens en Jimmi Kets. Kijken we naar fotografen uit begin 20e eeuw dan springt Eugène Atget er ongetwijfeld uit.