De sluiter heeft als oorspronkelijke bedoeling de belichtingstijd te regelen. Door de belichtingstijd te veranderen kan met de lichthoeveelheid die de film bereikt doseren tot de gewenste hoeveelheid. De sluitertijden zijn tevens een genormeerde reeks waarbij iedere stap gelijk is aan 1 stop (=helft).
Genormeerde reeks (in seconden):
1 - 1/2 - 1/4 - 1/8 - 1/15 - 1/30 - 1/60 - 1/125 - 1/250 - 1/500 - 1/1000
noot: Op het fototoestel wordt de teller en breukstreep - wegens plaatsbesparing - niet geschreven. Om verwarring met tijden die langer zijn dan 1 seconde te vermijden, wordt na elke tijd langer dan 1seconde de afkorting s geschreven. Vb 2s en 2: 2s is 2 seconden, 2 is 1/2 seconde.
Vaak heb je nog een speciale stand 'B'. Bij deze functie blijft de sluiter net zolang open staan totdat je de de ontspanknop terug loslaat.
Vaak hebben elektronisch instelbare toestellen veel meer sluitertijden tot hun beschikking, gaande van enkele minuten tot 1/4000seconde! (vb: 30s - 20s - 15s - 10s - 8s - 6s - 4s - 3s - 2s - 1,5s - 1s - 0,7s - 1/2 - 1/3 - 1/4 - 1/6 - 1/8 - 1/10 - 1/15 - 1/20 - 1/30 - 1/45 - 1/60 - 1/90 - 1/125 - 1/180 - 1/250 - 1/350 - 1/500 - 1/750 - 1/1000 - 1/1500 - 1/2000 - 1/3000 - 1/4000 - 1/6000 - 1/8000). Het voordeel bij dergelijke reeksen is dat we onze sluitertijd kunnen aanpassen in halve stops. En dat we ook de beschikking hebben over extreem lange sluitertijden (vb 1minuut om een nachtfoto te maken) of extreem korte sluitertijden (vb 1/4000 om snelle bewegingen te 'bevriezen'.)
Op oudere toestellen treffen we vaak de volgende reeks aan:
1 - 1/2 - 1/5 - 1/10 - 1/25 - 1/50 - 1/100 - 1/250 - 1/500
De sluitertijd is gerelateerd aan de bewegingsonscherpte. Als we een snel bewegend voorwerp hebben dan kiezen we best voor een korte sluitertijd, als we het object nog scherp willen fotograferen, tenzij we natuurlijk de indruk van snelheid willen vastleggen door een 'wazige' foto. De langste sluitertijd om mee uit de hand te fotograferen met standaard-objectief is 1/60 als je ergens steun zoekt en een vaste hand hebt kun je misschien tot 1/15 gaan, voor langere sluitertijden is het absoluut aangewezen een statief te gebruiken. Voor meer informatie hierover verwijs ik naar het item bewegingsonscherpte.
TYPES SLUITER
Gechiedenis:In de beginjaren van de fotografie waren de emulsies zo laaggevoelig dat men overdag soms enkele tientallen seconden belichtingstijd nodig had om de film voldoende te belichten. De fotograaf verwijderde dan manueel een plankje en schoof enige tijd later het plankje terug zodat de film een bepaalde belichtingstijd had.
Doordat men in de loop van de jaren steeds gevoeligere emulsies kon maken, had men nood aan een mechanisme dat automatisch deze 'korte' belichting kon regelen. De twee systemen die tot op heden nog steeds gebruikt worden zijn:
Gordijnsluiter
Dit kun je vergelijken met een gordijn dat wordt opengetrokken,
een bepaalde tijd blijft openstaan en daarna terug wordt toegetrokken.
Vroeger werden deze 'gordijnen' in stof of uit een soort rubber gemaakt,
echter tegenwoordig worden deze uit metalen plaatjes gemaakt.
Deze sluiter wordt in hoofdzaak gebruikt bij SLR-camera's,
en bevinden zich dan achter de spiegel.
Gordijnsluiters zijn maar met bepaalde sluitertijden
te synchroniseren met een flits.
We hebben horizontaal bewegende gordijnsluiters en verticaal bewegende (recenter).